De gekozen wedstrijdperiodes bepalen de indeling van het jaarplan. Bij elke periode hoort een andere verdeling van inhoud en intensiteit (zie ook de pagina TEMPOTABELLEN). Bij het maken van de schema’s wordt hier door de trainers rekening mee gehouden. PERIODISERING is het sleutelwoord. We onderscheiden hierbij vier periodes:

  1. Voorbereidingsperiode 1
  2. Voorbereidingsperiode 2 (tevens gebruikt als tussenperiode)
  3. Wedstrijdperiode
  4. Overgangsperiode (herstel)

We kennen de volgende wedstrijdperioden:

Wedstrijdperiode 1: Egmond halve marathon (of 10 km), Groet uit Schoorl Run (10, 21 km) en/of Kaagloop (10 km).
Wedstrijdperiode 2: Dam tot Damloop (16 km), Clubdag AV Hollandia, Twiskemolenloop (5, 10, 16, 21 km), Amsterdam Marathon (10, 21 km)

De MiLa kent andere wedstrijdperioden die voornamelijk gericht zijn op baanwedstrijden. Zie daarvoor de pagina met het F-schema.

Bij het opstellen van de schema’s wordt door de trainers met die periodes rekening gehouden. Het doel is om de optimale vorm tijdens de wedstrijdperiodes te bereiken. Binnen de gekozen periodes kan de atleet een keuze maken uit diverse wedstrijden. Tijdens de wedstrijdperiodes worden de topprestaties geleverd. Denk daarbij aan het lopen van een persoonlijk record, het lopen van een bepaalde tijd, of het verbeteren van een clubrecord. Wedstrijden buiten de wedstrijdperiode zijn onderdeel van de voorbereiding naar de topprestatie (tempohardheid, testloop)!

Neem contact op met je trainer als je een afwijkend doel hebt, bijvoorbeeld het lopen van een marathon. Hij/zij zal zijn/haar best doen om je te voorzien van een daarop aangepast persoonlijk schema.

Terug naar Train met verstand